Nederland
Heb je in Nederland een kraaiachtige gevonden die dringend hulp nodig heeft? Neem dan zo snel mogelijk contact op met de dichtstbijzijnde vogelopvang of wildopvang via Wildopvang.nl, of kijk op de lijst met vogelasiels van Vogelbescherming Nederland. In Nederland is dit meestal geen losse “rehabilitator”, maar een vogelopvang, wildopvangcentrum, vogelasiel of dierenambulance. Bel eerst, zodat zij kunnen zeggen wat je in jouw situatie het beste kunt doen.
België
Heb je in België een kraaiachtige gevonden die dringend hulp nodig heeft? Neem dan contact op met een erkend opvangcentrum voor vogels en wilde dieren. In Vlaanderen en Brussel vind je de VOC’s via Vogelbescherming Vlaanderen. Voor een bredere Belgische lijst kun je ook kijken bij Natuurhulpcentrum. Zit je in Wallonië, kijk dan ook bij de Fédération des CREAVES. Bel eerst en volg hun instructies; probeer een gewond wild dier niet zelf te verzorgen.
Het is moeilijk om van buitenaf te beoordelen of een vogel hulp nodig heeft.
Is de vogel een nestjong, dus een heel jong dier dat nog in het dons zit en nog niet uit het nest hoort te zijn, dan overleeft hij niet zonder hulp. Omdat hiervoor deskundige zorg nodig is, moet je direct contact opnemen met een vogelopvang of wildopvangcentrum. Houd de vogel warm met warmwaterkruiken. Heb je die niet, gebruik dan frisdrankflessen met heet water. Leg er een handdoek overheen, zodat het niet te heet wordt, en zet de vogel daarop in een kartonnen doos. Zorg dat huisdieren er niet bij kunnen. Ongeveer 40 graden is een goede warmtebron.

Als het nest nog boven in de boom zit, kan er iets gebeurd zijn. Een roofdier of storm kan de oorzaak zijn dat het jong uit het nest is gevallen. Omdat kraaiachtigen hun nesten vaak hoog in bomen bouwen, is het meestal onmogelijk om het nest veilig te bereiken, tenzij je toevallig familie bij de brandweer hebt. Het kan ook zijn dat er iets mis is met de vogel en dat hij uit het nest is gewerkt. Bij grote hitte kan een jong soms ook in paniek raken en vallen.
Is de vogel al wat ouder en een takkeling, dus een jong dat het nest aan het verlaten is maar nog door de ouders wordt gevoerd, dan zijn de ouders vaak nog in de buurt. Zeker weten doe je dat natuurlijk niet. Als een volwassen kraaiachtige begint te roepen wanneer jij in de buurt bent, kan dat een teken zijn dat de ouders nog aanwezig zijn. Bel de dichtstbijzijnde vogelopvang, wildopvang of dierenambulance om te overleggen wat in jouw geval verstandig is.
Let op: een jonge roek, oftewel een roekenjong, kun je niet zomaar terug op de grond zetten. Roeken verzorgen een jong dat nog niet kan vliegen niet op de grond. Is de jonge roek alert, dan kun je proberen hem terug te zetten op een tak een paar meter boven de grond, bijvoorbeeld met een ladder of via een balkon in de buurt.
Lukt dat niet, dan kun je proberen de vogel op een bezem of stevige tak te laten zitten en die zo hoog mogelijk op te tillen. Hoe hoger, hoe beter. Als dat is gelukt, ga dan meteen weg en blijf op grote afstand kijken. Zie je dat een volwassen roek naar het jong komt, dan heb je waarschijnlijk een jonge roek gered. Het kan wel een uur duren voordat alles weer rustig is, dus denk niet meteen dat het mislukt is als er eerst niets gebeurt.
Roekenouders vertrouwen mensen niet. Ze kunnen wachten tot jij weg bent voordat ze naar het jong durven gaan. Ga daarom verder weg staan en kijk met een verrekijker, liefst van binnenuit als dat kan.
